Waarom de daling in overslag in 2024 meer betekent dan alleen wat minder tonnen
Stel je de Nederlandse zeehavens eens voor als gigantische poorten waar elke dag vracht in en uit stroomt. In 2024 gingen die poorten een beetje minder wijd open. Er kwam en ging in totaal 577 miljoen ton aan goederen doorheen – 1,1 procent minder dan in 2023.
Geen reden om meteen paniek te zaaien, maar wél een signaal om even bij stil te staan. Want in onze wereld van FMCG en logistiek kan een paar procent verschil voelen als een flinke ruk aan het stuur.
Minder erin, minder eruit
De meeste goederen komen Nederland binnen via de havens. In 2024 was dat 395 miljoen ton – 1,3 procent minder dan in 2023. En wat er uitging? 182 miljoen ton, 0,5 procent minder.
Kleine daling? Misschien. Maar als je afhankelijk bent van grondstoffen, energie of producten uit het buitenland, betekent dit dat je sneller moet schakelen. Minder aanvoer kan zorgen voor spanningen in de keten, en minder afvoer kan wijzen op afnemende vraag van klanten in het buitenland.
De grote spelers in havenland
Rotterdam is nog altijd de absolute koploper. Hier wordt 78 procent van alle goederen in Nederland overgeslagen. Maar ook daar werd het iets rustiger: 0,8 procent minder dan een jaar eerder.
Andere havens – zoals Amsterdam en Groningen – zagen hun cijfers ook dalen. Alleen de North Sea Ports (Vlissingen en Terneuzen) deden een stap vooruit. Een klein plusje, maar het laat zien dat sommige regio’s ondanks tegenwind toch groei weten te vinden.
De klap voor natte bulk
Niet alle goederenstromen kregen evenveel klappen. Vooral de natte bulk. Denk aan aardolie, olieproducten en vloeibaar ga. Zij zagen een flinke daling: 3,1 procent minder aanvoer. Dat voel je direct in sectoren waar energie en brandstof onmisbaar zijn.
Droge bulk, zoals steenkool en ertsen, daalde licht met 0,6 procent. De grootste leveranciers waren Brazilië en Canada. Opvallend: de Verenigde Staten zakten van de tweede naar de vijfde plek als leverancier van droge bulk, vooral door fors minder steenkool (-25,1 procent) en landbouwproducten (-7,7 procent).
Containers in de lift
Gelukkig zijn er ook pluspunten. De afvoer van droge bulk (+11,9 procent) en goederen in containers (+1,3 procent) nam juist toe. Vooral die containers zijn interessant voor FMCG: ze zijn flexibel, combineren allerlei productgroepen en kunnen overal ter wereld worden ingezet.
In 2024 werden er zelfs 3,5 procent meer goederen in containers gelost, en het aantal TEU’s steeg met 4,1 procent. Bijna 30 procent van die containergoederen kwam uit China – 8,3 procent meer dan het jaar ervoor.
Minder uit de VS, maar nog steeds nummer één
Uit de Verenigde Staten kwam 4,7 procent minder vracht richting Nederland. Toch voeren ze nog altijd de lijst aan met 55,8 miljoen ton – goed voor 14,1 procent van het totaal. Vooral aardolie en vloeibaar aardgas voeren de boventoon.
Ter vergelijking: in 2022 stond Rusland nog bovenaan, maar door EU-sancties op olie, olieproducten en steenkool zakte dat aandeel naar slechts 3,2 procent in 2024. Na de VS kwamen de meeste goederen uit het VK, Noorwegen, Brazilië en China.
Wat betekent dit voor jou in FMCG en logistiek?
Zo’n 1 procent daling lijkt misschien klein, maar in een keten waar snelheid, timing en marges cruciaal zijn, kan het effect groot zijn. Denk aan:
- Plannen en capaciteit: Minder overslag kan leiden tot verschuivingen in transport en wachttijden.
- Voorraad: Just-in-time werken is mooi, maar vraagt wel om buffers als aanvoer hapert.
- Prijsdruk: Schaarste bij energie of grondstoffen kan kosten opdrijven.
- Herkomst: Nieuwe leveranciers en routes vragen om een flexibele keten.
Minder tonnen, meer reden om wendbaar te blijven
De cijfers laten vooral zien dat de wereldhandel nooit stilstaat – en dat verschuivingen soms sneller gaan dan je denkt.
Bedrijven die dit snappen, kijken niet alleen naar vandaag, maar ook naar morgen. Die hebben alternatieve routes klaar, meerdere leveranciers in hun netwerk en processen die meebewegen met de werkelijkheid.
Want in een keten die zo verweven is met de rest van de wereld, wint niet de grootste speler, maar degene die het snelst kan bijsturen.